Varroabestrijding na analyse

Varroabestrijding na analyse van de mate van besmetting.

Algemeen:

Varroamijten zijn indirect grote veroorzakers van diverse ziekten. Doordat de varroamijt de bijen in het larvestadium aanprikken, voedsel ontnemen wat voor de volgroeiing en ontwikkeling van de pop/imago bestemd is, ontstaan er bij de geboorte verzwakte jonge bijen. Bijenvolken worden daardoor gevoelig voor diverse ziekte, maar ook jonge bijen aangetast door de varroamijten verzorgen het broed slecht en leven zelf korter. Het gevolg is dat de volgende generatie bijen minder vitaal  zal zijn en het volk in een neerwaarts spiraal terecht komt.

Doordat de varroamijten vaak virusdragers zijn, worden door het aanprikken van de bijen en het zuigen van hemolymfe, virussen overgedragen op de bij. De aangeprikte poppen en bijen worden dus op hun beurt ook virus dragers die elkaar makkelijk besmetten zodat het volk het steeds moeilijker krijgt om stand te houden. Door de algehele verzwakking is het volk gevoelig geworden voor  alle denkbare bijenziekten en heeft daarmee een slecht perspectief om te overleven.

 

 

Virussen:

Twee virussen, die vaak worden waargenomen in een bijenvolk en nauw verbonden met varroa, de overlevingskansen van een volk sterk bedreigen zijn:

  • Het gekreukeld vleugel virus (DWV Deformed wing virus),
  • Zwartzucht (ABPV Acute bee paralysis virus of CBPV Chronic bee paralysis virus)

Varroa bestrijden:

Varroabestrijding is een continu aandachtsveld voor de imker, zolang de bijen nog onvoldoende varroatolerant of varroa resistent zijn. Wat betreft varroa- tolerante en – resistente bijen  zijn er initiatieven die naar de toekomst hoopgevend zijn. Uitgangspunt is dat bestrijding uiteindelijk niet de toekomst is voor de bijenhouderij en dat er een moment komt dat onze bijen kunnen omgaan met varroa.

In de cursus gaan we er van uit dat varroabestrijding veelal noodzakelijk is om de volken vitaal te houden en leren de jonge imkers hoe dit te doen en met welke hulpmiddelen. Uitgangspunt is daarbij dat we alleen bestrijden als het echt nodig is. Het wel of niet nodig zijn van een bestrijding stellen we vast na diagnose.

 

Varroabestrijding kent ook nadelen:

Varroamijten bestrijden is in om meerdere redenen niet een blinde routine voor de imker. De stoffen die de varroamijten beschadigen zodat deze sterven beschadigen, is deels ook de bijen, een ongewenst neven effect. Het is altijd een keus uit twee slechten.

Een aantal middelen gebruikt bij de bestrijding van de varroa, laten residuen achter in het volk die uiteindelijk in was en honing terecht komen. Ook resistentie van de mijt tegen bepaalde middelen kan makkelijk optreden zodat ze niet werken.

Voorzichtigheid en juiste keuzes bij behandelen tegen varroamijten zijn erg belangrijk.

Tevens geldt, dat een stevige  bestrijding wel zorgt voor heel weinig mijten in een volk, maar tegelijkertijd ontneemt het de bijen de kans zich te ontwikkelen in het weren tegen deze parasiet.

Aangetoond is dat bijen die blootgesteld zijn aan varroamijten een weerbaarheid ontwikkelen tegen hun belagers. Deze weerbaarheid en de ontwikkeling er van is voornamelijk genetisch bepaald. De eigenschap is dus vererf baar, maar zoals altijd spelen ook omstandigheden een belangrijke factor hoe het afloopt met besmette volken die niet behandeld worden tegen varroamijten. Uiteindelijk zullen door natuurlijke selectie en geholpen door de omstandigheden, ondersteund door wetenschappelijk onderzoek, er volken zijn die kunnen omgaan met de varroamijt.

(Een groot deel van onze bijenpopulatie zullen genetisch niet, te langzaam of onvoldoende weerstand ontwikkelen en geen kans maken te overleven zonder hulp van de imker. Het door imkeren met deze volken vertraagt de natuurlijke ontwikkeling van varroatolerantie van de gehele populatie.)

Al met al reden genoeg om bestrijding niet zomaar te doen!

 

Alleen bestrijden als het echt nodig is

Varroa brengt de imker in het dilemma van wel of niet bestrijden en op welke gronden beslist de imker voor het wel of niet te doen. Uit onderzoek blijkt dat bijen redelijk goed kunnen omgaan met varroa indien het aantal mijten onder een vastgestelde besmettingsgraad blijven. Dat kan een eigenschap van het volk zijn, maar ook door de imker geënsceneerd worden door selectief een bestrijding toe te passen.

Vuistregel voor het wel of niet bestrijden:

In het voorjaar:

Mijten in het voorjaar zitten voornamelijk in het darrenbroed en tasten daarmee niet de kwaliteit aan van werksters aan die bijvoorbeeld

voedsterbij zijn. Hun levensduur wordt niet bekort dus geen directe schade aan het volk. Toch is er bij een te hoge besmettingsgraad van het darrenbroed in het voorjaar een grote kans op schadelijke effecten ook in het werksterbroed en van de werksters zelf. Belangrijk is het dus om vast te stellen hoe groot de besmetting is en of die onder te veilige grenswaarde ligt.

Bepaling van de varroabesmetting in het voorjaar:

We nemen met een pincet een punctie uit het gesloten darrenbroed ( liefst van de strekmade die nog mooi wit zijn zodat de mijten makkelijk te zien zijn). De steekproef die we nemen 30 darrencellen en stellen vast hoeveel strekmade een varroamijt in de cel hebben.

De veilige drempel waarde in het voorjaar:

Als vuist regel kunnen we zeggen dat bij een besmetting van minder dan 10% van de uitgepeuterde darrencellen er geen reden voor verdere maatregelen is. Dus bij 3 aangetroffen mijten of minder kan het volk de besmetting handelen.

Aanvullende maatregelen:

Als de besmetting hoger is moet er zoveel mogelijk gesloten darrenbroed uitgenomen worden en kan de darrenmethode ( darrenbroed inhangen als mijten vanger) toegepast worden.


 

In de zwermtijd:

In de cursus maken we kunstzwermen als de volken zwermrijp zijn. Dat zorgt er voor dat zowel het hoofdvolk als ook de kunstzwermen op zekermoment broedloos zijn. Een moment waarop eenvoudig de mijten uit het volk te vangen zijn. In de cursus gebruiken we een sterk verdund zuur(oxaalzuur/water oplossing van 3%)welke versproeit wordt als de volken na een broedloze periode alleen nog openbroed hebben. Deze behandeling geeft geen aantoonbare schade aan de bijen en gebruiken we zonder dat een analyse gedaan wordt van de besmetting. Deze behandeling juist op dit moment in het bijenseizoen is de meest belangrijke dus niet overslaan.

In de zomer:

In de zomer, als de linde is uitgebloeid en verder geen oogstbare drachten in het verschiet liggen is het behandelen tegen varroamijt een goed moment. Het volk zet nu steeds meer ‘winterbijen’ aan en die moeten het volk over de winter tillen. Het moeten langlevende, vitale bijen zijn en dus niet geparasiteerd worden. Nu is de vraag belangrijk of het nodig is, het volk qua besmetting onder de veilige drempelwaarde blijft.

 

Kritische waarde voor wel of niet bestrijden:

Bepaling varroabesmetting in de zomer:

Door een monsterbijen van 50 gram te nemen van een broedkamerraam, goed bezet met bijen, maar zonderbroed, neem je een representatief monster uit het volk. Door van dit monster vast te stellen hoeveel mijten er in zitten, weet je als imker wat er van je verwacht wordt om de bijen te beschermen tegen een gewissedood ( veelal wintersterfte of acute instorting al vóór de winter).

 

Vaststellen van de varroabesmetting met de poedersuikermethode:

Het vaststellen van het aantal mijten in 50 gram bijen kan aan de hand van de poedersuiker methode.

 

In bijgaande YouTube film wordt gedemonstreerd hoe dat moet.

 Tijdens de wasdag van de basiscursus wordt de methode voorgedaan en kan zelf geoefend worden om deze vaardigheid onder de knie te krijgen.

 

Als in de zomer bestrijding noodzakelijk is:

Indien de varroadruk te hoog is, kan in de zomer de varroa bestreden worden met mierenzuur 85%. Een uiterst effectief middel maar een sterk bijtend zuur, dus volg de instructie indien je het moet gebruiken.

In de winter:

In de passen we vaak ook een preventieve varroabestrijding toe. Dit kan bijvoorbeeld door te druppelen met een 0xaalzuur/suikeroplossing in de straatjes met bijen. De dan gedode mijten zorgen er voor dat het volk een voorjaarsstart kan maken zonder al te veel mijtendruk. In de cursus doen we dat in een gezamenlijke winter les in december.

Weten wat je doet en waarom is steeds het uitgangspunt in de basiscursus om jonge imkers vertrouw te laten worden met het bijenhouden. Goede bijenzorg is niet alleen van uit dieren welzijn een belangrijke zaak, maar geeft ook het meeste plezier aan het bijeenhouden.

Succes
Sigis Sparenberg
Leraar bijenteelt