Kerngetallen in het bijenvolk

Grootheden in een bijenvolk

Inleiding:

Er is steeds van alles te zien in het bijenvolk, maar waar kijkt de imker naar en wat levert die informatie op? De imker is altijd zorgzaam en probeert de situatie voor de bijen steeds te optimaliseren. Als de voedsel situatie verslechtert zorgt de imker dat de bijen niet in de problemen komen, als er verschijnselen van ziekte zijn neemt de imker maatregelen om het volk weer gezond te krijgen. Als het volk zo hard groeit, zoveel nectar ophaalt dat er woningnood dreigt te ontstaan, dan wordt er ruimte gegeven. Krimpt het volk dan wordt de nestruimte weer aangepast aan wat het volk dan nodig heeft om het k ast klimaat te kunnen regelen. Verder wil de imker niet verrast worden door plannen die het volk vooral in het voorjaar maakt, het zwermen, en neemt maatregelen dit in goede banen te leiden.

Door regelmatige inspecties kijkt de imker naar de plannen van het volk en de omstandigheden waarin het volk verkeerd. Hij of zij zorgt dat in de plannen gestuurd wordt en dat de omstandigheden de ontwikkeling van de bijen niet in de weg zitten.

 

Speuren naar signalen in het volk en vaststeken van de grootte.

Voor de jonge imker is het aanvankelijk lastig om een beeld te krijgen van de grootheden in het volk, wat daar aan af te lezen is en hoe daar op geanticipeerd kan of moet worden. Hoe groot is het aantal bijen in de kast, het aantal broedcellen op een raam en wat kan ik er als imker mee?

Gaande weg de cursus wordt het duidelijk wat je als imker met de signalen van het volk kunt en welke rectie past bij wat het volk je laat zien. In de eerste fase van dat proces wordt er gevraagd om te speuren naar de signalen die het volk laat zien en als het kan ze te kwantificeren. Dus bv hoeveel bijen zitten er half april in de kast, of hoeveel voedsel is er nog beschikbaar in het vroege voorjaar. Kan de koningin haar eitjes nog kwijt of zit allesvol.

 

 


 

Enkele voorbeelden van verschillende grootheden i/h volk waar de imker iets mee moet:

Aan de hand van grootheden als aantal bijen in de kast en het aantal gesloten broedcellen, de verhouding tussen gesloten en openbroed kan de imker zien of bijvoorbeeld de aanloop tot het zwermen is ingezet en hij of zij in actie moet komen.

Bewaking van de voedselvoorraad is steeds een punt van aandacht om te zorgen dat de bijen niet verhongeren als je zelf met vakantie bent en het hier thuis 2 weken regent.

 

  • Een volk met minder dan 30.000 broedcellen komt niet in zwermstemming. Een volk wat dat minder dan 40.000 bijen heeft kan dus nog even door groeien voordat het in zwermstemming komt en zich zal splitsen.
  • Bij een verhouding open en gesloten broed kleiner dan 1 : 2 komt het volk nog niet in zwermstemming. Bij een verhouding 1 : 3 ontstaat de kritische waarde voor het omslaan van de werklust in voortplantingsdrift en is het moment dichtbij om een bijvoorbeeld een kunstzwerm te maken.
  • Als de koninginnendoppen belegd zijn valt er niet meer te sturen en zet het volk in zijn algemeenheid door wat begonnen is, de drang om zich te splitsen. Als de imker deze informatie van het volk niet opmerkt vliegt een deel van het volk af.
  • Aan het eind van de zomer moet het bijenvolk 15 a 20 kg wintervoorraad hebben om veilig de winter door te kunnen, het vast stellen of eind september dit de situatie is, is voor de imker belangrijk om met een gerust hart het seizoen te kunnen afsluiten.

 

De grootheden in het volk zijn dus de handvaten voor de imker om wel of niet in actie te komen en te zorgen dat de bijen niet verloren gaan of door de omstandigheden sterven.

 

Hulpmiddel bij het vaststellen van diverse grootheden.

Door een vlak verdeling te maken in een broedkamerraampje in dm² kan in geschat worden hoeveel, voedselvoorraad, open en gesloten broed en bijen er op een raam of in de kast aanwezig is.

 

Normblad

Hoe veel bijen op een raam:

 

 

Hoeveel broedcellen per dm²

 

 

Hoeveel broedcellen op een broedkamerraam


 

Hoeveel honing in een raat

 

Een geheel broedkamerraam weegt dan: